Toegankelijkheidsmenu

Kennisnet Speciaal Onderwijs Archief

Zingen met niet-sprekende kinderen

Gitaar Auteur: Annelies Hilgerdenaar
Dit artikel verscheen eerder in Muziekpedagogisch tijdschrift De Pyramide
Voor het laatst gewijzigd op 28 maart 2007


Annelies Hilgerdenaar werkt als leerkracht op een tyltylschool, een school voor meervoudig gehandicapte kinderen. Zij bereikt veel met de kinderen met behulp van muziek. Niet alleen tijdens de muziekles, maar de hele dag door, ook voor vakken als taal en rekenen, maakt ze gebruik van muziek. Steeds meer raakt ze ervan overtuigd dat kinderen die niet kunnen spreken wel degelijk kunnen zingen - innerlijk dan wel - en dat ze daar hetzelfde gevoel bij hebben.

Een vreemd gegeven natuurlijk, zingen met niet-sprekendekinderen. Want wat is zingen? Volgens het woordenboek betekent zingen: met de stem een reeks tonen voortbrengen. Hoe kun je dan van zingen spreken als de stem het af laat weten en er zelfs bijna geen klanken zijn waar te nemen? Toch ben ik er van overtuigd dat kinderen - en ook volwassenen natuurlijk - wel zingen hoewel er geen of praktisch geen geluid uit hun keel komt. Ik zal enkele ervaringen vertellen uit de praktijk en ik zal wat suggesties geven om het zingen met niet-sprekende kinderen te stimuleren.

Toen ik ongeveer acht jaar geleden begon te werken op een tyltylschool had ik totaal geen ervaring met lichamelijk en
verstandelijk gehandicapten. Ik kreeg geen inwerktijd en werd meteen zoals dat heet in het diepe gegooid. Veel kinderen
 zaten in een rolstoel, konden niet schrijven, lezen en rekenen. Veel van hen konden niet praten. Toch stonden
 alle vakken zoals rekenen, lezen en wereldoriëntatie op het lesrooster. Ik leerde om veel stapjes terug te gaan, terug naar het basale. Het werd een andere manier van denken. Rekenen is niet alleen rijtjes sommen zelfstandig maken, maar ook tijdsbesef, lichaamsschema, oriëntatie in de ruimte enzovoort. In die tijd kwam ik er achter dat zingen zonder stem ook mogelijk is.

Er kwam een jongen uit een andere klas naar mij toe die me duidelijk maakte dat hij met mij wou zingen. Ik pakte mijn gitaar en begon een liedje te zingen. Maar dat was niet de bedoeling. Hij maakte mij duidelijk dat hij zelf wou zingen. Ik vroeg me af hoe dat moest. Hij kon toch niet praten? Ik werd wanhopig. Ik wilde hem zo graag plezieren. Ik vroeg hem welk lied hij dan wilde zingen. Het werd iets van Michael Jackson. Ik begon toch maar wat te zingen, al wist ik niet zoveel van zijn repertoire. Tot mijn verbazing begon de jongen zijn mond te bewegen en ‘playbackte’ hij het lied mee. Hij straalde! Toen het liedje afgelopen was zei ik dat hij het prachtig gezongen had. Nou dat vond hij zelf ook. Voor zijn gevoel had hij het ook zélf gezongen, zo beleefde hij het.

Later heb ik nog veel aan dit voorval moeten denken en ging ik het steeds beter begrijpen. Toen ik zelf nog een kind was wilde ik zangeres worden. Ik draaide een plaat op de pick-up, pakte een pen of iets dergelijks in mijn hand en playbackte zonder dat woord te kennen. Soms vond ik dat ik het niet goed zong en moest het opnieuw. In mijn beleving zong ik echt. Zo moeten dus ook de kinderen die geen geluid kunnen uitbrengen het zingen beleven. Het plezier is er niet minder om!!!

Er zijn verschillende oorzaken waardoor een kind niet kan spreken. Bij kinderen met een hersenbeschadiging komen vaak stoornissen in de spraakmotoriek voor. Algemene voorwaarden om tot spraak en taal te komen zijn onder andere:

  • het beheersen van de spieren van tong, lippen en gehemelte;
  • het onderscheiden van verschillende klanken;
  • het richten van de aandacht.
Ook kunnen op latere leeftijd, ten gevolge van een traumatisch hersenletsel, stoornissen in de reeds aanwezige spraak
 en taal ontstaan, zoals afasie en dysfasie. Afasie is het onvermogen om zich, hoewel de stem intact is, in taal uit te drukken of om taal te begrijpen. Als de taal niet geheel maar gedeeltelijk ontbreekt spreekt men van dysfasie. Ook stoornissen in het handelen en het voorstellingsvermogen hebben negatieve invloed op de taal- en spraakontwikkeling. Nu weer even terug naar de praktijk. Wat kunnen wij allemaal doen om het zingen met deze kinderen een zinvolle betekenis te geven?

Als vooral ook een stoornis in het voorstellingsvermogen een negatieve invloed op de spraak- en taalontwikkeling heeft, kun je wel nagaan hoe belangrijk het is om liedjes te ondersteunen met concreet materiaal, afbeeldingen en verwijzers, zoals een platenboek, liedjesdoosjes, ander concreet materiaal en bewegingen. Zelf gebruik ik de hele dag door liedjes. De liedjes worden verwijzers. Zo beginnen we elke dag met de ochtendliedjes. We zingen de liedjes altijd in dezelfde volgorde, vanaf het moment dat de kinderen nog in bed liggen tot ze uiteindelijk met zijn allen in de kring zitten en de ochtendliedjes zingen. Zo wordt er structuur gebracht, voelen de kinderen zich veilig en wordt er een bijdrage geleverd aan passieve en actieve spraak/taalontwikkeling. Dit onderdeel valt dus ook niet onder muziek. Voor elke activiteit is er een ander liedje. ‘Muziek’ heeft dus een eigen liedje (verwijzer). Wel sluiten wij altijd met hetzelfde liedje af: ‘het stopliedje’.

Heel bijzonder is dat sommige kinderen toch enkele geluiden zijn gaan produceren en dat ze hun eerste woordjes op een melodie zeiden. Ze vinden het ook erg leuk om bijvoorbeeld het laatste woordje in een lied aan te vullen. Ik geef iedereen een beurt en al komt er niets uit, ik prijs ze de ‘hemel’ in, want ik kan aan hun ogen of reactie zien dat ze het wel degelijk zingen maar ik kan het niet horen. Wien heeft er nu eigenlijk een handicap, zij of ik?

Een gewone schooldag
Het is bijna half tien, de klas druppelt vol. Er zitten zeven leerlingen in de klas, allemaal kinderen met een meervoudige handicap. Alle kinderen zitten in een rolstoel. Iedereen komt stralend de klas binnen want naar school gaan is gewoon leuk. Iedereen wordt in de kring gezet want we gaan beginnen. Ik pak de gitaar erbij en zoals elke morgen beginnen we met het liedje OPSTAAN, dat begint met “’s Morgens vroeg dan lig je nog te slapen, de vogeltjes die zijn allang op.” Voor we beginnen met de tekst speel ik alleen wat akkoorden en wordt er gesnurkt, althans door sommigen; de rest laat het hoofd een beetje hangen en wie het echt durven hebben de ogen dicht. Maar ze moeten goed opletten, want als er gezongen wordt ‘en dan……… gaat de ……wekker!’ moeten ze er wel bij zijn, want dan gaat het pas echt beginnen.

Twee kinderen in mijn groep zijn vrij goed te volgen en te verstaan. Een andere jongen kent wel de wijs maar zou voor vreemden niet te verstaan zijn. Hij wil altijd zingen en dan nog het liefst solo. We hebben een vaste volgorde van de liedjes die we ’s morgens zingen. Probeer daar maar niet van af te wijken: elk liedje is heel belangrijk. Zo leren we ook naar aanleiding van een liedje wat voor dag het vandaag is, wat we zoal elke morgen moeten doen voordat we naar school gaan, wat we precies gegeten hebben, over het busje dat ons kwam ophalen, en we wensen elkaar een heel goede morgen. Alhoewel we tijdens dit uurtje heel veel zingen hoort dit lesonderdeel niet bij muziek. Het valt onder taal en rekenen; ik gebruik de liedjes slechts als verwijzers. De kinderen, die toen ze net op school kwamen nog geen woord of klank konden uitbrengen, zijn langzamerhand woordjes gaan zeggen of klanken gaan produceren die verdacht veel lijken op de woordjes in de ochtendliedjes. Deze komen namelijk elke dag weer terug en zijn daardoor op den duur heel herkenbaar.

Muziekles
Het pictoplaatje van ‘muziek’ wordt opgehangen, de ‘Flierefluiter’ wordt ernaast gehangen, de bellenkrans wordt gepakt en het verwijsliedje van ‘muziek’ wordt gezongen. Het is duidelijk tijd voor MUZIEK! Het thema van vandaag is ‘regen’. “We gaan vooral luisteren naar de regen. Wie kan de regen buiten op de ruit horen? Dan moet je wel heel stil zijn. We hebben ook een ‘regenpijp’. We luisteren hoe het klinkt als het zachtjes regent, maar ook als het hard regent.” Dan wordt er een grote paraplu bijgehaald, zo groot dat je er met je rolstoel en al onder kunt zitten. “Nu laten we het regenen. Goed luisteren. Hoor je het tikken op de paraplu?” (Er wordt een gieter bij gehouden.) Er komt een grote plas water op de grond. “Hoe klinkt dat? Lekker petsen met je handen.” Voor de kinderen wordt een teiltje gepakt en ze kunnen luisteren naar het petsen in het water. Er worden natuurlijk ook nog regenliedjes gezongen en tot slot wordt de cd opgezet met ‘regeneffect’. De muzieklessen duren ongeveer 35 minuten en worden altijd met hetzelfde liedje afgesloten. Voor onze kinderen is dit heel duidelijk.

Over Annelies Hilgerdenaar
Annelies Hilgerdenaar werkt op de Emiliusschool te Son en volgde een cursus ‘Muziek Speciaal voor het
speciaal onderwijs’ aan het Conservatorium van Amsterdam, gegeven door Marianne Wiersema. Het is een opleiding voor muziekconsulenten in het speciaal onderwijs. Het is van groot belang dat in het speciaal onderwijs goed muziekonderwijs gegeven wordt. Lang niet alle leerkrachten weten hoe ze dat moeten aanpakken. Vandaar dat er nu muziekconsulenten
opgeleid worden die schoolteams cursussen kunnen aanbieden om ze enkele handvatten aan te reiken en ze een beetje op weg te helpen.

Links
De waarde van muziek in het speciaal onderwijs - Marianne Wiersema
Emiliusschool - Son