Kennisnet Speciaal Onderwijs Archief
Teken mijn verhaal
Voor het laatst gewijzigd op: 8 juni 2006
Teken Mijn Verhaal ontstond op een mooie dag als idee in het hoofd van striptekenares Gerrie Hondius, die zichzelf de vraag had gesteld: Wat zou ik met mijn talent nog meer kunnen doen dan alleen mijn brood verdienen? Het antwoord luidde: Tekenen voor de kinderen die zelf niet kunnen tekenen maar wel iets te vertellen hebben. Zo ontstond meteen de doelgroep van de stichting, namelijk: kinderen die door hun handicap zelf niet in staat zijn om te tekenen. Een interview.
1. U bent de initiatiefneemster van de Stichting ‘Teken mijn verhaal’. Hoe is het idee ontstaan om dit project op poten te zetten?
Het jaar 2000 was voor mij als striptekenaar een topjaar. Ik was er in korte tijd in geslaagd volledig van mijn tekenwerk te kunnen leven, en als bonus ontving ik een grote beurs voor het tekenen van mijn eerste boek (Als je je niks verbeeldt dan ben je niks). Ik vroeg mij af waarom juist ik zo gezegend was, en besloot dat het tijd was om uit te delen.
In een aflevering van Oprah Winfrey zag ik hoe verschillende mensen hun specifieke talent inzetten om anderen te helpen. Daardoor ging ik me afvragen welke doelgroep je specifiek kunt helpen met het maken van stripverhalen, en de stichting Teken Mijn Verhaal is het antwoord op die vraag: De kinderen zonder handjes. Zij die niet kunnen tekenen maar wel iets te vertellen hebben.
2. Hoe bent u in het begin van start gegaan?
Ik moest eerst de proef op de som nemen, vond ik, om te kijken of het wel zou aanslaan. Ik kwam als eerste terecht bij Mytylschool Heliomare in Beverwijk. Ik werd langs alle klassen geleid, en heb twee kinderen apart gesproken, die hun verhaal aan mij vertelden. Hun eerste reacties op mijn getekende verhalen waren overweldigend goed. De ouders kwamen zelfs langs, met bloemen, omdat het verhaal thuis weer communicatie mogelijk had gemaakt over de moeilijk bespreekbare handicap. Er gebeurde dus veel meer goeds dan ik op voorhand had vermoed. Vervolgens wilden er nog wel dertig kinderen aan de beurt komen op die school, en heb ik snel de hulp van een aantal collega’s ingeroepen. Drie maanden later werd de stichting opgericht.
3. Had u al eerder ervaringen met de doelgroep van de Stichting?
Helemaal niet. Ik heb eigenlijk niets met kinderen of gehandicapten. Inmiddels wel, natuurlijk, maar dat was zeker geen aanleiding voor mij.
4. Waren de striptekenaars die u contacteerde snel warm te maken voor uw idee? Waren ze enthousiast of keken ze nog even de kat uit de boom?
De eerste tekenaars die ik vroeg waren heel snel heel enthousiast. Er zijn er ook die er niets voor voelen, of die het veel te druk hebben. Even goeie vrienden. Op dit moment hoeven we helemaal geen tekenaars meer te werven: We zijn vijf jaar verder, en we hebben ruim honderd tekenaars in ons bestand zitten. Ze melden zich nu spontaan bij ons aan. En velen van hen zijn nog niet eens aan de beurt gekomen om ook daadwerkelijk voor ons te tekenen. Duidelijk een luxeprobleem.
5. Hoe verliepen de eerste contacten met de doelgroep?
Goed. De kinderen en de scholen waren stuk voor stuk razend enthousiast. Er kwamen wel kinderziektes bij, dat krijg je vanzelf als je iets begint wat nog niet bestaat. Je moet alles voor het eerst ontdekken. Bijvoorbeeld dat je voortdurend toestemming van de ouders moet vragen – vooral als er pers bij komt. Sommige ouders willen niet dat hun kind wordt afgebeeld, of ze willen geen foto van hun gehandicapte kind in de krant. Met dat soort gevoeligheden moet je allemaal op voorhand rekening leren houden.
6. Wat zijn uw ervaringen met de kinderen?
Heel wisselend. Ik heb zelf ca. vijftien verhalen getekend, en daar zit vanalles bij. Kinderen waar je veel geduld moet oefenen om een verhaal uit ze te krijgen, en kinderen wiens enthousiasme je moet afremmen. Soms duurt het even voor ze snappen dat zij dit keer de baas zijn – daar zijn ze niet aan gewend. In het beste geval zetten ze dan hun fantasiefontein open. Maar ik heb ook weleens meegemaakt dat een meisje de persoonlijke aandacht, die ze van mij kreeg, gebruikte om eindeloos te klagen over de dingen die zij door haar handicap niet kon doen. Dat vond ik heel lastig, want ik was juist gekomen om haar een kadootje te geven, om haar blij te maken. Toen ik daarna naar huis fietste voelde ik me erg inadequaat, en had ik het gevoel dat we toch maar iets heel beperkts te bieden hebben. Ik had immers makkleijk praten, met mijn gezonde fietsende benen en mijn leuke leven. Uiteindelijk heb ik voor haar een strip getekend waarin ze juist alles WEL kon, zoals dat nu eenmaal kan in een strip – en daar was ze heel blij mee.
7. Hoe verloopt zo een contact met de kinderen? Staan ze er meteen open voor of moet je soms nog een muur slopen vooraleer ze hun verhaal vertellen?
Alle varianten komen voor. Kinderen zijn net mensen, zeg ik altijd maar. En datzelfde geldt voor striptekenaars. Ik probeer het altijd op een akkoordje te gooien met een kind, een soort complotje met ze te smeden: Met de school en met je ouders en met wie dan ook hebben we vandaag helemaal niets te maken. Jij mag het bepalen, en dan ga ik dat voor je doen. Om die vertrouwensband te krijgen helpt het denk ik dat wij buitenstaanders zijn. We willen ook niet teveel informatie vooraf, over die kinderen. Ze moeten zich ook vrij voelen om te liegen, als ze dat willen.
8. Moet je het enthousiasme van de kinderen soms ook niet temperen omdat ze onmogelijke zaken vragen?
Jazeker, wij zijn natuurlijk ook gebonden aan tijd en andere menselijke beperkingen. Maar het komt nog vaker voor dat je ze een beetje moet aanmoedigen, is mijn ervaring.
9. Hoe reageren de kinderen op het uiteindelijke resultaat?
Ook verschillend. Dat hangt van het kind af, en soms van de omstandigheden. Ze zijn meestal erg dankbaar en onder de indruk, maar ze uiten dat zelden heel uitbundig. Zo’n grote volwassene die iets speciaal voor jou gedaan heeft, dat is natuurlijk best imposant, een typisch moment voor “Wat zeg je dan? Dankjewel.” Het kan kinderen heel verlegen maken, en dat kan ik me goed voorstellen. Maar ik zag ook eens een jongetje zich stralend in de armen van de tekenares werpen, en toen pinkten vier andere mensen stiekem een traantje weg.
10. Is het niet moeilijk om sommige ideeën van de kinderen uit te tekenen?
Jazeker, maar dat is natuurlijk ook de uitdaging. Sinds ik voor de stichting werk is mijn beeldtaal als tekenaar aanzienlijk uitgebreid met dolfijnen, formule 1-wagens, voetbalstadions en soapsterren. En soms zit de moeilijkheid ook in het vinden van de juiste manier van vertellen.
11. Wat voor soort verhalen vertellen de kinderen? Zijn er onderwerpen die je regelmatig terugziet?
Ja, voetbal, formule 1 racen, paarden, dat soort dingen. Vaak ook zijn hun favoriete televisieprogramma’s onderdeel van hun wereld: K3, kabouter Plop, Samson en Gert. Als ze zelf iets anders verzinnen, dat komt gelukkig ook voor, ben ik helemaal blij.
12.Waarom is er specifiek gekozen voor kinderen als doelgroep? Zou zo een initiatief ook kunnen bij volwassen gehandicapten? Zit de kans er in dat de doelgroep verbreed wordt?
Kinderen hebben bepertke uitingsmogelijkheden. Bijna alle kinderen tekenen om zich te uiten, behalve zij die dat door hun handicap niet kunnen. Natuurlijk kan een gehandicapte volwassene ook een scenario aanleveren, maar dan noem ik het geen liefdadigheid meer, maar een samenwerking. Er bestaat wel een kansje dat de doelgroep wordt verbreed, maar dat zeg ik erg voorzichtig. Als het gebeurt zal het meer in de richting van psychiatrische aandoeningen of verstandelijke handicaps zijn, in plaats van in de richting van volwassenen. We zijn ons er wel van bewust geworden dat ons werk op veel meer plekken nuttig zou kunnen zijn, maar we zijn maar een hele kleine stichting, en er is eigenlijk al teveel werk voor te weinig mensen.
13. Er zijn al 2 boeken uitgebracht door de Stichting. Zijn er nog plannen om boeken uit te brengen?
Ja en nee. De boeken zijn eigenlijk een bijprodukt van de stichting: De verhalen zijn getekend voor individuele kinderen. Maar de boeken helpen de stichting wel aan naamsbekendheid, en ook een beetje aan geld (omdat de productie is gesponsord). Bovendien vindt elke tekenaar het leuk om in een boek te staan. Het zal weer een afweging van tijd en geld en mogelijkheden worden.
13. Hoe verloopt de verkoop van die boeken?
Het eerste boek brachten we in eigen beheer uit, met geld van Het Oogfonds. Die boeken hebben we zelf verkocht, vooral aan scholen, en op beurzen e.d. De opbrengst daarvan gaat dus helemaal naar de stichting. Het tweede boek werd gefinancierd door de Rotary Club Bloemendaal, en is uitgegeven door Gottmer Uitgevers Groep, in Haarlem. Daardoor verloopt de verkoop van het tweede boek via de boekwinkels. De winst gaat ook weer naar de stichting. Beide boeken worden behoorlijk goed verkocht. Deel één, “Teken Mijn Verhaal” is nog bij ons te bestellen op www.tekenmijnverhaal.nl, en Deel twee, “Tover Mijn Verhaal”, is nog te koop of te bestellen bij de boekhandel.
14. Hoe kunnen jullie financieel overleven?
Dat is een terugkerende vraag, uiteraard. Zal het ook dit jaar weer lukken? Wij werven fondsen per project, we hebben een paar donateurs (goedwillende vrienden en familieleden, soms ook ouders van kandidaat-kinderen, etcetera), en we hebben een beetje inkomsten uit de boekverkoop.
15. Hoe zijn algemeen de reacties op de Stichting?
Zeer positief. Het is een initiatief met een hoog knuffelgehalte, hebben we gemerkt. Iedereen kan het snappen, iedereen kan ermee uit de voeten, het spreekt veel mensen heel direct aan. Het brengt veel elementen samen: Kinderen, handicaps, scholen, tekenaars, plaatjes, verhalen. Daarmee is het ook zeer mediageniek. En daar profiteren we weer van. Uitsluitend om MEER goed werk te kunnen doen, uiteraard.
16. Mogen we nog andere initiatieven verwachten van de Stichting?
Wij zijn nog niet uitgepraat, daar ben ik van overtuigd.
Werk je op een mytylschool en zou je een project met ons willen starten?
Klik hier voor meer informatie:
Tekenmijnverhaal.nl
Voor het laatst gewijzigd op: 8 juni 2006
1. U bent de initiatiefneemster van de Stichting ‘Teken mijn verhaal’. Hoe is het idee ontstaan om dit project op poten te zetten?
Het jaar 2000 was voor mij als striptekenaar een topjaar. Ik was er in korte tijd in geslaagd volledig van mijn tekenwerk te kunnen leven, en als bonus ontving ik een grote beurs voor het tekenen van mijn eerste boek (Als je je niks verbeeldt dan ben je niks). Ik vroeg mij af waarom juist ik zo gezegend was, en besloot dat het tijd was om uit te delen.
In een aflevering van Oprah Winfrey zag ik hoe verschillende mensen hun specifieke talent inzetten om anderen te helpen. Daardoor ging ik me afvragen welke doelgroep je specifiek kunt helpen met het maken van stripverhalen, en de stichting Teken Mijn Verhaal is het antwoord op die vraag: De kinderen zonder handjes. Zij die niet kunnen tekenen maar wel iets te vertellen hebben.
2. Hoe bent u in het begin van start gegaan?
Ik moest eerst de proef op de som nemen, vond ik, om te kijken of het wel zou aanslaan. Ik kwam als eerste terecht bij Mytylschool Heliomare in Beverwijk. Ik werd langs alle klassen geleid, en heb twee kinderen apart gesproken, die hun verhaal aan mij vertelden. Hun eerste reacties op mijn getekende verhalen waren overweldigend goed. De ouders kwamen zelfs langs, met bloemen, omdat het verhaal thuis weer communicatie mogelijk had gemaakt over de moeilijk bespreekbare handicap. Er gebeurde dus veel meer goeds dan ik op voorhand had vermoed. Vervolgens wilden er nog wel dertig kinderen aan de beurt komen op die school, en heb ik snel de hulp van een aantal collega’s ingeroepen. Drie maanden later werd de stichting opgericht.
3. Had u al eerder ervaringen met de doelgroep van de Stichting?
Helemaal niet. Ik heb eigenlijk niets met kinderen of gehandicapten. Inmiddels wel, natuurlijk, maar dat was zeker geen aanleiding voor mij.
4. Waren de striptekenaars die u contacteerde snel warm te maken voor uw idee? Waren ze enthousiast of keken ze nog even de kat uit de boom?
De eerste tekenaars die ik vroeg waren heel snel heel enthousiast. Er zijn er ook die er niets voor voelen, of die het veel te druk hebben. Even goeie vrienden. Op dit moment hoeven we helemaal geen tekenaars meer te werven: We zijn vijf jaar verder, en we hebben ruim honderd tekenaars in ons bestand zitten. Ze melden zich nu spontaan bij ons aan. En velen van hen zijn nog niet eens aan de beurt gekomen om ook daadwerkelijk voor ons te tekenen. Duidelijk een luxeprobleem.
5. Hoe verliepen de eerste contacten met de doelgroep?
Goed. De kinderen en de scholen waren stuk voor stuk razend enthousiast. Er kwamen wel kinderziektes bij, dat krijg je vanzelf als je iets begint wat nog niet bestaat. Je moet alles voor het eerst ontdekken. Bijvoorbeeld dat je voortdurend toestemming van de ouders moet vragen – vooral als er pers bij komt. Sommige ouders willen niet dat hun kind wordt afgebeeld, of ze willen geen foto van hun gehandicapte kind in de krant. Met dat soort gevoeligheden moet je allemaal op voorhand rekening leren houden.
6. Wat zijn uw ervaringen met de kinderen?
Heel wisselend. Ik heb zelf ca. vijftien verhalen getekend, en daar zit vanalles bij. Kinderen waar je veel geduld moet oefenen om een verhaal uit ze te krijgen, en kinderen wiens enthousiasme je moet afremmen. Soms duurt het even voor ze snappen dat zij dit keer de baas zijn – daar zijn ze niet aan gewend. In het beste geval zetten ze dan hun fantasiefontein open. Maar ik heb ook weleens meegemaakt dat een meisje de persoonlijke aandacht, die ze van mij kreeg, gebruikte om eindeloos te klagen over de dingen die zij door haar handicap niet kon doen. Dat vond ik heel lastig, want ik was juist gekomen om haar een kadootje te geven, om haar blij te maken. Toen ik daarna naar huis fietste voelde ik me erg inadequaat, en had ik het gevoel dat we toch maar iets heel beperkts te bieden hebben. Ik had immers makkleijk praten, met mijn gezonde fietsende benen en mijn leuke leven. Uiteindelijk heb ik voor haar een strip getekend waarin ze juist alles WEL kon, zoals dat nu eenmaal kan in een strip – en daar was ze heel blij mee.
7. Hoe verloopt zo een contact met de kinderen? Staan ze er meteen open voor of moet je soms nog een muur slopen vooraleer ze hun verhaal vertellen?
Alle varianten komen voor. Kinderen zijn net mensen, zeg ik altijd maar. En datzelfde geldt voor striptekenaars. Ik probeer het altijd op een akkoordje te gooien met een kind, een soort complotje met ze te smeden: Met de school en met je ouders en met wie dan ook hebben we vandaag helemaal niets te maken. Jij mag het bepalen, en dan ga ik dat voor je doen. Om die vertrouwensband te krijgen helpt het denk ik dat wij buitenstaanders zijn. We willen ook niet teveel informatie vooraf, over die kinderen. Ze moeten zich ook vrij voelen om te liegen, als ze dat willen.
8. Moet je het enthousiasme van de kinderen soms ook niet temperen omdat ze onmogelijke zaken vragen?
Jazeker, wij zijn natuurlijk ook gebonden aan tijd en andere menselijke beperkingen. Maar het komt nog vaker voor dat je ze een beetje moet aanmoedigen, is mijn ervaring.
9. Hoe reageren de kinderen op het uiteindelijke resultaat?
Ook verschillend. Dat hangt van het kind af, en soms van de omstandigheden. Ze zijn meestal erg dankbaar en onder de indruk, maar ze uiten dat zelden heel uitbundig. Zo’n grote volwassene die iets speciaal voor jou gedaan heeft, dat is natuurlijk best imposant, een typisch moment voor “Wat zeg je dan? Dankjewel.” Het kan kinderen heel verlegen maken, en dat kan ik me goed voorstellen. Maar ik zag ook eens een jongetje zich stralend in de armen van de tekenares werpen, en toen pinkten vier andere mensen stiekem een traantje weg.
10. Is het niet moeilijk om sommige ideeën van de kinderen uit te tekenen?
Jazeker, maar dat is natuurlijk ook de uitdaging. Sinds ik voor de stichting werk is mijn beeldtaal als tekenaar aanzienlijk uitgebreid met dolfijnen, formule 1-wagens, voetbalstadions en soapsterren. En soms zit de moeilijkheid ook in het vinden van de juiste manier van vertellen.
11. Wat voor soort verhalen vertellen de kinderen? Zijn er onderwerpen die je regelmatig terugziet?
Ja, voetbal, formule 1 racen, paarden, dat soort dingen. Vaak ook zijn hun favoriete televisieprogramma’s onderdeel van hun wereld: K3, kabouter Plop, Samson en Gert. Als ze zelf iets anders verzinnen, dat komt gelukkig ook voor, ben ik helemaal blij.
12.Waarom is er specifiek gekozen voor kinderen als doelgroep? Zou zo een initiatief ook kunnen bij volwassen gehandicapten? Zit de kans er in dat de doelgroep verbreed wordt?
Kinderen hebben bepertke uitingsmogelijkheden. Bijna alle kinderen tekenen om zich te uiten, behalve zij die dat door hun handicap niet kunnen. Natuurlijk kan een gehandicapte volwassene ook een scenario aanleveren, maar dan noem ik het geen liefdadigheid meer, maar een samenwerking. Er bestaat wel een kansje dat de doelgroep wordt verbreed, maar dat zeg ik erg voorzichtig. Als het gebeurt zal het meer in de richting van psychiatrische aandoeningen of verstandelijke handicaps zijn, in plaats van in de richting van volwassenen. We zijn ons er wel van bewust geworden dat ons werk op veel meer plekken nuttig zou kunnen zijn, maar we zijn maar een hele kleine stichting, en er is eigenlijk al teveel werk voor te weinig mensen.
13. Er zijn al 2 boeken uitgebracht door de Stichting. Zijn er nog plannen om boeken uit te brengen?
Ja en nee. De boeken zijn eigenlijk een bijprodukt van de stichting: De verhalen zijn getekend voor individuele kinderen. Maar de boeken helpen de stichting wel aan naamsbekendheid, en ook een beetje aan geld (omdat de productie is gesponsord). Bovendien vindt elke tekenaar het leuk om in een boek te staan. Het zal weer een afweging van tijd en geld en mogelijkheden worden.
13. Hoe verloopt de verkoop van die boeken?
Het eerste boek brachten we in eigen beheer uit, met geld van Het Oogfonds. Die boeken hebben we zelf verkocht, vooral aan scholen, en op beurzen e.d. De opbrengst daarvan gaat dus helemaal naar de stichting. Het tweede boek werd gefinancierd door de Rotary Club Bloemendaal, en is uitgegeven door Gottmer Uitgevers Groep, in Haarlem. Daardoor verloopt de verkoop van het tweede boek via de boekwinkels. De winst gaat ook weer naar de stichting. Beide boeken worden behoorlijk goed verkocht. Deel één, “Teken Mijn Verhaal” is nog bij ons te bestellen op www.tekenmijnverhaal.nl, en Deel twee, “Tover Mijn Verhaal”, is nog te koop of te bestellen bij de boekhandel.
14. Hoe kunnen jullie financieel overleven?
Dat is een terugkerende vraag, uiteraard. Zal het ook dit jaar weer lukken? Wij werven fondsen per project, we hebben een paar donateurs (goedwillende vrienden en familieleden, soms ook ouders van kandidaat-kinderen, etcetera), en we hebben een beetje inkomsten uit de boekverkoop.
15. Hoe zijn algemeen de reacties op de Stichting?
Zeer positief. Het is een initiatief met een hoog knuffelgehalte, hebben we gemerkt. Iedereen kan het snappen, iedereen kan ermee uit de voeten, het spreekt veel mensen heel direct aan. Het brengt veel elementen samen: Kinderen, handicaps, scholen, tekenaars, plaatjes, verhalen. Daarmee is het ook zeer mediageniek. En daar profiteren we weer van. Uitsluitend om MEER goed werk te kunnen doen, uiteraard.
16. Mogen we nog andere initiatieven verwachten van de Stichting?
Wij zijn nog niet uitgepraat, daar ben ik van overtuigd.
Werk je op een mytylschool en zou je een project met ons willen starten?
Klik hier voor meer informatie:
Tekenmijnverhaal.nl