Toegankelijkheidsmenu

Kennisnet Speciaal Onderwijs Archief

Cochleair implantaat Taalontwikkeling gaat goed met Cochleair implantaat
Bron: Universiteit Leiden
Voor het laatst gewijzigd op 31 mei 2010
Foto Cocheair implantaat: speechpathology.com







Annemie Verbist en Annemiek Hammer zijn op 25 mei gepromoveerd middels onderzoek naar de taalontwikkeling van kinderen met een cochleair implantaat. Conclusie: De meeste dove kinderen die voor hun tweede jaar een cochleair implantaat kregen spreken als ze zeven zijn grammaticaal net zo goed als horende leeftijdsgenoten. Ook toonverschillen horen wordt met de nieuwste apparaatjes beter mogelijk.

Cochleair implantaat
Een cochleair implantaat is een klein elektronisch apparaatje dat chirurgisch wordt geïmplanteerd. Het omzeilt de slecht functionerende delen van het oor en stimuleert rechtstreeks de gehoorzenuw. Met een cochleair implantaat kunnen de meeste doven en ernstig slechthorenden opnieuw geluid, en dus ook spraak, waarnemen. Voor doven en ernstig slechthorenden is dit een duidelijke verbetering ten opzichte van klassieke hoortoestellen, die het geluid alleen versterken.

De komst van het cochleaire implantaat heeft de laatste tien jaar veel taalkundig onderzoek losgemaakt. Aangezien spraakperceptie vooraf gaat aan de ontwikkeling van gesproken taal rijst de vraag hoe gesproken taalontwikkeling - i.t.t. gebarentaal - verloopt bij kinderen met een cochleair implantaat.

Vijftig kinderen
Annemie Verbist en Annemiek Hammer, beiden promovendi bij het Leiden University Centre for Linguistics, volgden vijf jaar lang vijftig dove kinderen die op zeer jonge leeftijd hun implantaat kregen. De taalontwikkeling van deze kinderen werd vergeleken met die van kinderen met een klassiek gehoorapparaat en met een taalontwikkelingsstoornis.

Baby’s
Dankzij vroege gehoorscreening kan de diagnose slechthorendheid al op zeer jonge leeftijd worden gesteld. Hierdoor kunnen cochleaire implantaten op steeds jongere leeftijd worden ingeplant, de laatste jaren zelfs al bij baby’s van enkele maanden oud.

Latere start taalontwikkeling
Vroege implantatie heeft belangrijke gevolgen voor de ontwikkeling van gesproken taal. Hoe eerder een kind toegang krijgt tot gesproken taal, des te eerder de taalontwikkeling van start kan gaan. Maar ook bij kinderen die heel jong een cochleair implantaat hebben gekregen start de taalontwikkeling toch later dan bij horende kinderen; eerst moet immers de diagnose gesteld zijn. ‘Halen deze kinderen hun achterstand in?’ was daarom de belangrijkste vraag van het onderzoeksproject.

Grammatica
Ze richtten zich op de verwerving van grammatica, een belangrijk stadium in de taalontwikkeling, dat ons in staat stelt informatie met een toenemende complexiteit te begrijpen. De verwerving van grammatica begint rond de leeftijd van twee jaar en loopt door tot de puberteit. De acquisitie van voornaamwoorden en werkwoordsvormen vindt plaats tussen de twee en zeven jaar.

Voornaamwoorden en werkwoorden
Het onderzoek liet zien dat dove kinderen dankzij hun cochleair implantaat op zevenjarige leeftijd evenveel voornaamwoorden (ik, jij, hij etc.) en evenveel vervoegde werkwoorden (loopt, fietst etc.) produceren als hun horende leeftijdgenootjes. Verbist toonde aan dat kinderen die voor hun tweede levensjaar hun implantaat ontvangen eerder het taalniveau bereiken van hun normaal horende leeftijdsgenootjes. Hammer liet daarnaast zien dat op zes- en zevenjarige leeftijd de productie van vervoegde werkwoorden voor kinderen met een cochleair implantaat hoger is dan bij kinderen met een klassiek hoortoestel en kinderen met niet gehoorgerelateerde taalontwikkelingsstoornis.

Toonverschillen
Maar taal is meer dan grammatica. Wat het waarnemen van toonverschillen betreft, evenals het luisteren naar muziek, schiet de huidige generatie cochleaire implantaten nog tekort. Een vragende zin onderscheiden van een bevestigende zin, of het aanwijzen van de klemtoon is bijna niet mogelijk. Er komt echter muziek in de cochleaire implantaten. In Europees verband is een nieuw type spraakprocessor ontwikkeld dat het horen van toonverschillen beter mogelijk moet maken. Het is een hybride apparaatje dat de voordelen van een klassiek hoorapparaat en een cochleair implantaat combineert.

Links
Orthotheek: Doof en slechthorend
Universiteit Leiden